De keuze van het juiste maïsras heeft een directe invloed op de voerefficiëntie, diergezondheid en uiteindelijk het rendement op het bedrijf. Het gaat daarbij niet alleen om opbrengst per hectare, maar vooral om hoe de maïs past binnen het rantsoen en het teeltplan.
wordt gekozen afhankelijk van het teeltplan en in functie van voor- of nateelt. Bijvoorbeeld na een eerste snede gras is Starfield (FAO 190, StarPlus) een nieuwkomer (dent) in het vroege segment met een hoge zetmeelopbrengst.
Kies voor een maïsras met een hoog zetmeelgehalte indien er minder dan 50% of 8 kg DS maïskuil in het koe rantsoen zit (Starplus). Een voorbeeld van zo’n (extreem) zetmeelrijk ras is de LG 32.257 (zetmeel% 108%)1, een variëteit waar we bij proFarm al enkele jaren erg graag mee werken, ook omdat die het beduidend beter doet in droge zomers (Hydraneo).
Vaak zijn die zetmeelrijke rassen ook geschikt voor MKS of CCM. Al moeten we hier extra aandacht besteden aan de duurzame gezondheid van de plant die de langere veldperiode goed doorstaat. Op dat vlak hebben we goede ervaringen met LG30.258 (korrelopbrengst/Ha 107%)2.
“Dent” (“tand“in het Frans) heeft een ‘deukje’ in de korrel. Het zetmeel is losser gebonden en komt sneller vrij in de pens. Flint (de ronde korrel) is vaak wat ‘glaziger’ aan de buitenrand en het zetmeel komt ook gedeeltelijk vrij voorbij de pens, in de dunne darm. In België komen flint en flint x dent het meest voor.
Zit je met meer dan 70% of 10 kg DS maïskuil in het rantsoen, kan het zetmeelgehalte beter goed zijn, maar niet extreem hoog om de dieren gezond en fit te houden. Streven naar een maximale celwandverteerbaarheid van álle plantdelen (HDI) is dan een prioriteit, dat tonen ook de rantsoenen aan die tegenwoordig met CNCPS worden gerekend. Daar zit het met een ras als LG31.242 wel goed (DS opbrengst / Ha 106%, VEM opbrengst / Ha 104%)3.
Het juiste maïsras bestaat niet in één standaardoplossing. De beste keuze hangt af van het aandeel maïs in het rantsoen, het gewenste zetmeelprofiel, de teeltplanning én de omstandigheden op jouw percelen. Door verder te kijken dan alleen opbrengst maar ook korreltype en celwandverteerbaarheid mee te nemen, stuur je gerichter op diergezondheid en voerbenutting.
1) Gemiddelde resultaten CSAR, 2019-2024
2) Varmabel CIPF
3) Varmabel 23-24-25