Een sterk kalf begint niet pas in het kalverhok. De basis wordt al gelegd in de droogstand. In de laatste maanden van de dracht gebeurt er veel. Het kalf groeit snel, de koe bereidt zich voor op afkalven en de basis voor kwalitatieve biest wordt gelegd. Wie in deze periode scherp stuurt, vergroot de kans op een vlotte afkalving, een vitaal kalf en een betere start van de jongvee-opfok.
In de laatste twee maanden van de dracht ontwikkelt het kalf ongeveer 50% van zijn geboortegewicht. Dat betekent dat de droge koe in korte tijd veel moet leveren. Daarom moet de basis kloppen: voldoende voeropname, een uitgebalanceerd rantsoen en zo weinig mogelijk stress. Een koe die in de droogstand te weinig opneemt of niet correct gevoerd wordt, geeft minder mee aan het kalf. Dat merkt u rond afkalven aan de biestkwaliteit en bij het kalf aan vitaliteit, gezondheid en groei.
Stuur vooral op een constante voeropname bij droge koeien. Dat vraagt om smakelijk voer, voldoende comfort en vlotte toegang tot voer en water. Comfort bepaalt mee hoeveel een droge koe effectief opneemt. Denk aan voldoende ruime ligplaatsen, proper stro, een droge ondergrond en vlotte toegang tot voer en water. Gaan droge koeien naar buiten? Zorg dan dat ze niet door modder moeten, want ook dat remt rust, beweging en opname.
Ook in de laatste twee weken vóór afkalven verdient voeropname extra aandacht. Een richtlijn is ongeveer een opname van 1.500 gram ruw eiwit per dag. Daarnaast vraagt het rantsoen voldoende macro- en microvoedingsstoffen, vitaminen en mineralen.
Tijdens de droogstand ligt de focus vaak op energie. Logisch, maar eiwit, vitaminen en mineralen verdienen evenveel aandacht. Een rantsoen met ongeveer 13,5% ruw eiwit ondersteunt de koe in de close up fase. Daarnaast zijn onder meer vitamine E, beta-caroteen en selenium belangrijk. Tekorten kunnen leiden tot slappe of zelfs doodgeboren kalveren, maar ook het ophouden van de nageboorte bij de koe zelf. Dat is meteen de reden waarom “ongeveer goed” niet goed genoeg is. Kleine tekorten in de droogstand kunnen grote gevolgen hebben bij afkalven en in de eerste levensdagen van het kalf.
Stress is een onderschatte risicofactor in de droogstand. Droogzetten, hergroeperen, verplaatsen en afzonderen zijn noodzakelijke managementmomenten, maar ze zorgen ook voor onrust. En die onrust heeft effect. Elke vorm van stress kan de voeropname, weerstand en het afkalfproces beïnvloeden.
Daarom loont het om de laatste weken voor afkalven zo rustig mogelijk te organiseren. Vermijd onnodige verplaatsingen, hou groepen stabiel waar mogelijk en zorg voor voldoende ligplaatsen, droge huisvesting, ruimte aan het voerhek en voldoende beweging.
Een koe die comfortabel ligt, vlot vreet en rustig richting afkalven gaat, heeft meer kans op een vlotte geboorte. En een vlotte geboorte geeft het kalf een betere uitgangspositie.
Een sterke droogstand vraagt geen ingewikkeld plan. Wel consequente uitvoering. Werk met deze basis:
De droogstand lijkt soms een rustige tussenfase. In werkelijkheid is het één van de meest bepalende periodes op uw bedrijf. Hier bereidt u de koe voor op een vlotte afkalving, een goede start van de volgende lactatie en de geboorte van een vitaal kalf. Wie in deze fase vooral afwacht, laat kansen liggen.
Dit artikel is deel 1 van de 5 artikelen in onze reeks over kalveropfok, waarin opfokspecialist Dina Degryse praktische inzichten en concrete tips deelt om uw kalveropfok scherper te sturen.