De eerste 24 uur bepalen de voorsprong van uw kalf

De voorsprong van een gezond kalf wordt gemaakt in de eerste uren na de geboorte. Want een pasgeboren kalf komt ter wereld zonder volledig ontwikkelde weerstand. De bescherming tegen ziekteverwekkers moet uit biest komen. Snel, voldoende én van goede kwaliteit. Loopt dat mis? Dan start het kalf met achterstand. En die achterstand ziet u later terug in diarree, groeivertraging, extra arbeid, meer antibiotica verbruik en zo hogere opfokkosten.

Biestmanagement is dus geen bijzaak. Het is de eerste rendementsbeslissing in uw jongvee-opfok.

Biest is de eerste bescherming

De eerste biest bevat immunoglobulinen, ook wel IgG’s genoemd. Dat zijn antistoffen die het kalf beschermen tegen bacteriën, virussen en andere ziekteverwekkers. Een kalf kan die antistoffen alleen opnemen via biest. Daarom tellen drie zaken: kwaliteit, hoeveelheid en snelheid.

Vooral die snelheid wordt vaak onderschat. De opname van antistoffen verloopt het best in de eerste levensuren. Hoe langer u wacht, hoe minder efficiënt het kalf de IgG’s benut. Daarom werkt een vast biestprotocol beter dan vertrouwen op routine. Zeker op drukke momenten, zoals ’s nachts, tijdens veldwerk of wanneer meerdere mensen kalveren verzorgen.

De richtlijn is helder: zorg dat het kalf op de eerste dag ongeveer 250 gram IgG opneemt. Dat vraagt om meer dan “het kalf heeft gedronken”. U moet weten wat het kalf effectief binnenkrijgt én wie op welk moment welke actie neemt. Zo voorkomt u discussie op het moment dat snelheid telt en krijgt elk kalf dezelfde sterke start, ongeacht wie er op dat moment in de stal staat.

Meten is sterker dan inschatten

Goede biest herkent u niet betrouwbaar met het oog. Dikke, gele biest oogt sterk, maar geeft geen garantie op voldoende antistoffen. Daarom hoort een refractometer thuis op elk melkveebedrijf dat serieus stuurt op jongvee-opfok. Met een refractometer meet u de biestkwaliteit in Brix. Zo ziet u meteen of de biest geschikt is voor de eerste voeding.

Als praktische ondergrens geldt: minstens 50 gram IgG per liter biest. Dat komt ongeveer overeen met 21 Brix. Vanaf 24 Brix zit u rond 70 gram IgG per liter. Dat is goede biest. Rond 28 Brix loopt de kwaliteit op tot ongeveer 100 gram IgG per liter. Dat is excellent.

Maar biestkwaliteit gaat niet alleen over IgG’s. Ook veiligheid telt. Gebruik geen biest van koeien met paratbc voor pasgeboren kalveren. Daarmee beperkt u het risico op overdracht en houdt u de infectiedruk lager.

Wie meet, kan kiezen. De beste én veiligste biest gaat naar de pasgeboren kalveren. Mindere biest bewaart u voor een ander moment of gebruikt u niet voor de eerste gift. Leg ook vast wie beslist welke biest gebruikt, gemeten, bewaard of uitgesloten wordt. Zonder meting en duidelijke afspraken blijft biestmanagement gokwerk.

Praktisch biestprotocol voor uw bedrijf

Een sterk biestbeleid hoeft niet ingewikkeld te zijn. Het moet vooral consequent gebeuren. Werk met deze basis:

  1. Melk de koe zo snel mogelijk na afkalven.
  2. Meet de biestkwaliteit met een refractometer.
  3. Gebruik voor de eerste gift alleen biest van voldoende kwaliteit.
  4. Streef naar minstens 50 gram IgG per liter biest.
  5. Geef biest zo snel mogelijk na de geboorte.
  6. Mik op ongeveer 250 gram IgG-opname op dag 1.
  7. Gebruik geen risicobiest of risicomelk, zoals biest van koeien met paratbc, melk met een hoog celgetal of melk met antibioticaresiduen.
  8. Leg afspraken vast zodat iedereen op dezelfde manier werkt.

Denk ook na over hoe u biest bewaart. Invriezen in lege water- of colaflessen kan, maar ontdooien duurt vaak lang. Daardoor loopt u het risico dat biest te traag op temperatuur is, of dat u te hoge temperaturen gebruikt en de antistoffen beschadigt.

Een praktische oplossing zijn diepvrieszakjes met ziplock. Die kunt u plat invriezen, waardoor de biest sneller en gelijkmatiger ontdooit zonder extreme temperaturen. Bovendien schrijft u er makkelijk de datum en Brix-waarde op. Zo weet u meteen welke biest u in handen hebt wanneer snelheid telt.

Zo maakt u biestmanagement meetbaar. En wat meetbaar is, kunt u verbeteren.

Durf scherper te sturen

Veel melkveehouders weten dat biest belangrijk is. De vraag is: stuurt u er ook scherp genoeg op? Dat begint bij consequent meten van de eerste biest, snel en voldoende voeren en duidelijke afspraken maken met iedereen die kalveren verzorgt. Ook de keuze welke biest naar welk kalf gaat, verdient aandacht. De beste biest hoort bij de kalveren die ze het hardst nodig hebben.

Biestmanagement vraagt geen grote investering, maar wel discipline. Wie de eerste 24 uur strak organiseert, geeft elk kalf een betere start en bouwt aan sterker jongvee.


Lees meer

Goede kalveropfok begint vóór de geboorte

Een sterk kalf begint niet pas in het kalverhok. De basis wordt al gelegd in de droogstand. In de laatste maanden van de dracht gebeurt er veel.

Lees verder

De eerste 24 uur bepalen de voorsprong van uw kalf

De voorsprong van een gezond kalf wordt gemaakt in de eerste uren na de geboorte. Want een pasgeboren kalf komt ter wereld zonder volledig ontwikkelde weerstand. De bescherming tegen ziekteverwekkers moet uit biest komen.

Lees verder