Een lege emmer lijkt op het eerste gezicht goed nieuws. Het kalf heeft gedronken, het werk is klaar. Maar bij melkvoeding na de biestperiode is snelheid niet altijd winst. Waar biest zo snel mogelijk na de geboorte moet worden verstrekt, vraagt de melkvoeding daarna om rust, zuigen en een natuurlijke drinkhouding.
Een kalf is gebouwd om te zuigen. Bij de koe hangen de uiertepels schuin naar beneden. Die houding stuurt het kalf vanzelf in een natuurlijke drinkpositie. Tijdens het drinken trekt het kalf de speen licht opzij, maar de richting blijft schuin neerwaarts.
Daarom verdient speenvoeding de voorkeur boven drinken uit een open emmer. Met een speen moet het kalf actiever zuigen, drinkt het rustiger en wordt de natuurlijke drinkreflex beter ondersteund. Wie nog met open emmers werkt, kan hier dus al veel winst halen.
Werkt u al met spenen? Kijk dan ook naar de stand ervan. Een horizontaal geplaatste speen bootst de natuurlijke stand minder goed na dan een speen die schuin neerwaarts gericht is. Daardoor verandert de drinkhouding en kan het zuiggedrag minder natuurlijk worden.
Dat lijkt een detail, maar dat is het niet. Een natuurlijke drinkhouding stimuleert correct zuiggedrag. Het kalf moet echt zuigen, neemt de melk trager op en maakt meer speeksel aan. Precies dat ondersteunt de vertering.
In de praktijk kiezen melkveehouders soms voor soepele siliconenspenen of grotere openingen. Dat lijkt efficiënt: kalveren leren sneller drinken, de melk loopt vlotter en het voeren kost minder tijd. Toch schuilt daar net het risico.
Bij een te vlotte melkstroom krijgt het kalf de melk binnen zonder echt te moeten zuigen. Het drukt vooral op de speen en neemt de melk te snel op. Praktisch voor de arbeid, maar minder gunstig voor het natuurlijke drinkgedrag en de vertering.
Een kalf dat echt moet zuigen, drinkt trager en in een natuurlijkere houding. Daardoor maakt het meer speeksel aan en wordt de werking van de slokdarmsleuf beter ondersteund. Zo verlaagt u het risico op verteringsproblemen.
Bij een goed drinkend kalf zorgt de slokdarmsleuf ervoor dat melk rechtstreeks naar de lebmaag gaat. Daar hoort melk terecht te komen. Niet in de pens.
Wanneer melk in de pens belandt, spreekt men van pensdrinken. Dat verstoort de vertering en kan leiden tot (klei)diarree, een grauw haarkleed, slechtere pensontwikkeling, lagere krachtvoeropname en groeivertraging.
De drinkhouding en het zuiggedrag spelen hierin een belangrijke rol. Een kalf dat te snel grote hoeveelheden melk binnenkrijgt, loopt meer risico dat de vertering onder druk komt. Ook kan ongestremde melk verder in de darm terechtkomen. Daar krijgen schadelijke bacteriën meer kans, met diarree en slechtere groei als mogelijk gevolg.
Langzaam zuigen stimuleert de speekselproductie. En speeksel is bij kalveren veel meer dan vocht. Speeksel bevat stoffen zoals lactoferrine en lactoperoxidase. Die werken kiemremmend en ondersteunen de afweer van het kalf. Daarnaast heeft speeksel een hoge pH, waardoor het de zure inhoud van de lebmaag helpt bufferen.
Ook voor de vertering is speeksel belangrijk. Bij een tragere melkopname kan melk geleidelijker stremmen in de lebmaag. Speekselenzymen ondersteunen bovendien de vetvertering en helpen lactose afbreken tot glucose en galactose.
U hoeft dit niet ingewikkeld te maken. Kijk tijdens het voeren bewust naar het drinkgedrag.
Die observaties vertellen veel. Zeker wanneer u ze koppelt aan mest, groei en gezondheid. Ziet u vaker diarree, grijswitte mest of kalveren die achterblijven? Dan is het zinvol om ook de melkstroom en speenstand kritisch te bekijken.
Een kalf is gebouwd om te zuigen. Niet om melk zo snel mogelijk binnen te krijgen. Wie let op speenstand, melkstroom en zuiggedrag, ondersteunt de slokdarmsleuf, stimuleert speekselproductie en helpt de vertering vooruit.
Dit artikel is deel 4 van de 5 artikelen in onze reeks over kalveropfok, waarin we praktische inzichten en concrete tips delen om uw kalveropfok scherper te sturen.