Het Shamonda-virus (SHAV) is geen nieuw virus. Het werd voor het eerst ontdekt in Nigeria in de jaren 1960 en werd nadien ook vastgesteld in Zuid- en Centraal-Afrika en in Japan. Sinds kort is het virus ook opgedoken in Europa, onder meer in Frankrijk, Zwitserland en Duitsland (Baden-Württemberg).
Het Shamonda-virus is verwant aan het Schmallenbergvirus en veroorzaakt gelijkaardige ziekteverschijnselen. Ervaringen uit het buitenland tonen echter aan dat de symptomen bij Shamonda vaak veel ernstiger kunnen zijn.
| 8 – 10 % Sterfte bij aangetaste dieren | ± 15% van drachtige dieren verwerpt | 1 – 3 mm grootte van de knutten |
De eerste verschijnselen bestaan doorgaans uit koorts bij meerdere dieren en een plotse, sterke daling van de melkproductie. Daarnaast kunnen dieren zeer ernstige, waterdunne diarree ontwikkelen die nauwelijks reageert op behandeling.
Bij zwaar aangetaste dieren kan de ziekte ook leiden tot sterfte. Buitenlandse cijfers wijzen op sterftepercentages van 8 à 10%.
Een ander opvallend verschijnsel is een zogenaamde abortusstorm: op korte tijd kan een aanzienlijk deel van de drachtige dieren verwerpen, in sommige gevallen tot ongeveer 15%.
Ook bij kalveren kunnen ernstige gevolgen optreden. Bij verwerping of geboorte kunnen verschillende afwijkingen en misvormingen worden vastgesteld, zoals kromme poten, een scheve nek, afwijkingen aan de wervelkolom en neurologische afwijkingen ter hoogte van de hersenen.
Het Shamonda-virus wordt overgedragen door knutten, kleine bijtende insecten van ongeveer 1 à 3 mm groot. Rechtstreekse overdracht van dier op dier is niet mogelijk.
Een besmette drachtige koe kan het virus echter wel doorgeven aan haar kalf. Vooral de eerste twaalf weken van de dracht vormen hierbij een belangrijke risicoperiode.
Voor de mens vormt het Shamonda-virus geen gevaar.
Er bestaat momenteel geen specifieke behandeling die het virus zelf kan uitschakelen.
Zieke dieren kunnen wel ondersteunend behandeld worden. Belangrijk hierbij zijn voldoende vers en fris drinkwater, het stimuleren van de eetlust, pijnstilling en ondersteunende infusen. Bij ernstig zieke dieren kan drenchen noodzakelijk zijn en kunnen darmbeschermende producten worden toegediend. Deze behandelingen zijn echter uitsluitend ondersteunend en bestrijden het virus zelf niet.
Via een PCR-test kan het virus worden aangetoond in het bloed van de koe en in de hersenen en het ruggenmerg van een aangetast kalf.
Preventie vormt op dit moment het belangrijkste wapen tegen het virus.
Een goede actieve ventilatie kan helpen om knutten uit de stal te houden. Belangrijk daarbij is dat de ventilatie ook ’s nachts blijft werken, aangezien knutten voornamelijk ’s nachts actief zijn.
Daarnaast kunnen knutten bestreden worden, zowel op dierniveau als in de stal. Op dierniveau kunnen insectwerende pour-on-producten worden gebruikt. Op stalniveau kan een professioneel ongediertebestrijdingsbedrijf de stal preventief behandelen.
Ook bedrijfshygiëne speelt een rol. Knutten planten zich bij voorkeur voort in stilstaand water en in vochtige plaatsen, onder meer rond mest en silovocht. Het is dan ook belangrijk om dergelijke broedplaatsen zoveel mogelijk te vermijden.
Bedrijven waar nog weidegang wordt toegepast, doen er momenteel goed aan om de dieren ’s nachts op stal te houden.
Alsook wordt ten sterkste afgeraden om dieren uit besmette regio’s aan te kopen.
Mijn buitenlandse connecties in de aangetaste gebieden bevestigen jammer genoeg dat alle voornoemde symptomen reëel en zeer ernstig zijn. Een goede waakzaamheid, snelle herkenning van de symptomen en vooral aandacht voor preventie zijn momenteel onze belangrijkste wapens.