Dent of flint? Niet de naam op het zakje, maar wat er in de pens gebeurt telt

Wie vandaag een rassenlijst openslaat, merkt dat er steeds vaker gesproken wordt over dent-, flint- of dent-flinthybriden. Vooral bij kuilmaïs duikt daarbij regelmatig dezelfde vraag op: maakt dat korreltype nu écht een verschil voor de melkkoe?

Het korte antwoord: ja, maar minder zwart-wit dan soms wordt voorgesteld.

Dentmaïs bevat doorgaans zetmeel dat sneller beschikbaar komt voor de pensbacteriën. Vooral in jonge maïskuilen kan dat leiden tot een hogere zetmeelbenutting. Naarmate een kuil langer gefermenteerd heeft, wordt dat verschil echter kleiner. De praktijk is dus genuanceerder dan “dent is beter dan flint”.

Een stukje geschiedenis

De oorspronkelijke Europese maïsrassen waren vooral van het flint-type: harde, glasachtige korrels die goed bestand waren tegen koelere omstandigheden en kortere groeiseizoenen. In Noord-Amerika werd sterk geselecteerd op opbrengst en graanproductie, waardoor het dent-type dominant werd.

Het verschil zit vooral in de structuur van de korrel.

Een flintkorrel bevat meer hard, glasachtig endosperm. Bij dentmaïs bestaat een groter deel van de korrel uit zacht, meelachtig zetmeel. Wanneer de korrel afrijpt ontstaat daardoor de typische “deuk” of dent.

Voor de plant lijkt dat een klein detail. Voor de koe kan het een verschil maken.

Waarom verteert dentmaïs sneller?

Pensbacteriën moeten eerst door een eiwitmatrix heen voordat ze het zetmeel kunnen verteren.

Bij flintmaïs zit dat zetmeel sterker verpakt in een harde structuur. Dentmaïs heeft minder van die harde, glasachtige laag (zgn. “vitreusiteit”) waardoor de bacteriën sneller toegang krijgen tot het zetmeel. Verschillende studies tonen aan dat een hogere vitreusiteit rechtstreeks samenhangt met een lagere zetmeelafbraak in de pens.

Onderzoekers vonden bovendien dat dentmaïs gemiddeld een hogere ruminale én totale zetmeelverteerbaarheid vertoont dan flintmaïs. In een Tsjechische studie lag de effectieve zetmeelafbraak in de pens ongeveer 6% hoger en de totale zetmeelbenutting zelfs ruim 6 procentpunten hoger voor dentmaïs.

Wat betekent dat voor de koe?

Meer beschikbaar zetmeel betekent doorgaans:

Toch moeten we opletten voor te snelle conclusies. Niet elk onderzoek vindt automatisch meer melkproductie bij dentmaïs. Zetmeel dat niet in de pens wordt verteerd, kan immers verderop in het darmstelsel nog benut worden. Daardoor zijn verschillen in melkproductie vaak kleiner dan verschillen in zetmeelverteerbaarheid. [researchgate.net], [hal.science]

In een goed uitgebalanceerd rantsoen levert snellere zetmeelafbraak meestal voordelen op. In zeer energierijke rantsoenen kan een tragere zetmeelafgifte soms zelfs wenselijk zijn.

Inkuilen verandert alles

Misschien nog belangrijker dan het genetische verschil tussen dent en flint is wat er tijdens het inkuilen gebeurt.

Tijdens de fermentatie worden de eiwitten rondom de zetmeelkorrels langzaam afgebroken. Daardoor wordt het zetmeel steeds beter toegankelijk voor de pensmicroben. Hoe langer de kuil gesloten blijft, hoe hoger de zetmeelverteerbaarheid wordt. [cropsandso…n.wisc.edu], [researchgate.net], [pioneer.com]

Precies daarom zijn de verschillen tussen dent en flint het grootst in jonge kuilen.

Een Franse proef met lacterende melkkoeien liet zien dat dentmaïs na twee maanden opslag duidelijk beter verteerd werd dan flintmaïs. Na zes maanden opslag was het verschil grotendeels verdwenen. [researchgate.net]

De praktische boodschap is eenvoudig: wie zijn kuil al in november of december moet aanspreken, heeft potentieel meer voordeel van dent-georiënteerde rassen dan iemand die pas in het voorjaar begint te voeren.

Wat zie je daarvan op het bedrijf?

De eenvoudigste plaats om te kijken is vaak niet het labo, maar de mestzeef.

Wanneer zetmeel onvoldoende benut wordt, verschijnen meer onverteerde korrels en korrelfragmenten in de mest. Ook een verhoogd fecaal zetmeelgehalte kan erop wijzen dat de koeien een deel van het zetmeel laten passeren. [cropsandso…n.wisc.edu], [researchgate.net]

Daarnaast kunnen verschillen zichtbaar worden in:

  • voederefficiëntie;
  • melkproductie uit ruwvoer;
  • krachtvoerbesparing;
  • fecaal zetmeel;
  • korrelresten in de mestzeef.

Al blijft één punt cruciaal: een perfect gekneusde flintkuil presteert beter dan een slecht verwerkte dentkuil. Korrelkneuzing blijft de grootste hefboom voor zetmeelbenutting. [cropsandso…n.wisc.edu], [appliedani…cience.org]

Wat betekent dit voor de rassenkeuze?

Bij proFarm vertrekken we niet vanuit het korreltype, maar vanuit het rantsoen.

Wanneer maïs minder dan de helft van het ruwvoer vormt, dan zoeken we vooral:

✔ hoge kolfaandelen
✔ hoge zetmeelopbrengsten per hectare
✔ maximale energiedensiteit

In die situatie kunnen dent-gerichte hybriden een interessante keuze zijn.

Wanneer maïs ruim de helft of meer van het ruwvoer uitmaakt, dan verschuift de aandacht naar:

✔ celwandverteerbaarheid
✔ penswerking
✔ opnamecapaciteit

Een ras met iets minder zetmeel maar een uitstekend verteerbare plant kan dan méér melk uit ruwvoer opleveren dan een extreem zetmeelrijk ras.

En voor CCM of MKS?

Bij CCM en MKS speelt korrelverteerbaarheid uiteraard nog sterker mee dan bij volledige kuilmaïs.

Omdat vrijwel alle voederwaarde uit de korrel komt, profiteren deze producten vaak nog meer van een lagere vitreusiteit. Ook hier geldt echter dat langere fermentatie een belangrijk deel van het verschil tussen dent en flint wegwerkt. [journalofd…cience.org], [cropsandso…n.wisc.edu], [researchgate.net]

Conclusie

De wetenschap is behoorlijk eensgezind over één punt: dentmaïs levert gemiddeld sneller beschikbaar zetmeel dan flintmaïs. Dat verschil is het grootst kort na het inkuilen en wordt kleiner naarmate de kuil langer fermenteert. [cjas.agric…ournals.cz], [journalofd…cience.org], [researchgate.net]

Dat betekent niet dat dent altijd meer melk produceert of dat flint achterhaald is. Rantsoensamenstelling, korrelkneuzing, oogsttijdstip en inkuilduur spelen minstens even hard mee. [researchgate.net], [cropsandso…n.wisc.edu]

Dus? Wie jaarlijks zijn nieuwe maïskuil snel moet openen, heeft waarschijnlijk het meeste voordeel van dent-georiënteerde kuilmaïsrassen. Wie pas na enkele maanden begint te voeren, zal veel minder verschillen zien en kiest zijn ras beter op totale voederwaarde, opbrengst en plantverteerbaarheid.

Lees meer

Diversiteit in gras- en maïskuilen… wat doen we ermee?

2024 is een bijzonder ruwvoerjaar voor de melkveehouderij. Na een natte winter en een al even vochtig voorjaar kon het gras niet overal de gewenste kwaliteit bereiken.

Lees verder

Dent of flint? Niet de naam op het zakje, maar wat er in de pens gebeurt telt

Wie vandaag een rassenlijst openslaat, merkt dat er steeds vaker gesproken wordt over dent-, flint- of dent-flinthybriden. Vooral bij kuilmaïs duikt daarbij regelmatig dezelfde vraag op: maakt dat korreltype nu écht een verschil voor de melkkoe?

Lees verder

Stand van zaken en advies maisoogst 2024

Na 20 oktober worden de dagen te kort om de maiskolf verder te laten afrijpen. Hoewel de plant verder uitdroogt, zal de kolf weinig meer doen. Indien u merkt dat de kolf niet verder rijpt, is het verstandig om de mais te hakselen.

Lees verder

Aardappelen in het rantsoen? Zo haalt u er het maximum uit

Door het grote aanbod zijn aardappelen dit jaar opvallend goedkoop. Voor veel melkveehouders reden om te overwegen ze in te zetten in het rantsoen.

Lees verder

Het rantsoen in de praktijk beoordelen

Hoe zorgt u ervoor dat het perfect berekende rantsoen daadwerkelijk bijdraagt aan de gezondheid en productiviteit van uw koeien?

Lees verder

Het juiste maisras kiezen

De keuze van het juiste maïsras heeft een directe invloed op de voerefficiëntie, diergezondheid en uiteindelijk het rendement op het bedrijf. Het gaat daarbij niet alleen om opbrengst per hectare, maar vooral om hoe de maïs past binnen het rantsoen en het teeltplan.

Lees verder