Overgang naar de nieuwe maïskuil: extra zetmeelbron of maïsvervanger nodig?

De maïsoogst van 2026 kan op veel melkveebedrijven om een andere rantsoenaanpak vragen dan vorig jaar. Door de warme en droge zomer vallen op verschillende percelen de kolfzetting en korrelvulling tegen. Een kuil kan daardoor voldoende droge stof bevatten en er prima uitzien, maar toch minder zetmeel en energie leveren. De vraag is dus niet alleen hoeveel maïs er beschikbaar is, maar vooral wat die maïs werkelijk bijdraagt aan het rantsoen.

Niet iedere kuil is hetzelfde

De verschillen tussen percelen zijn dit jaar groot. Maïs op vochthoudende grond kan nog een behoorlijke kolf hebben gevormd, terwijl droogtegevoelige percelen nauwelijks korrel hebben gemaakt. Laat de nieuwe maïskuil daarom analyseren voordat u het rantsoen bijstuurt. Kijk naast droge stof en energie vooral naar zetmeel, NDF en de verteerbaarheid van de celwanden.

Minder zetmeel betekent niet automatisch maïsmeel

Wanneer de kuil minder zetmeel bevat, lijkt extra maïsmeel een logische oplossing. Toch hoeft dat technisch én economisch niet de beste keuze te zijn. Ook gerst en tarwe kunnen interessante energiebronnen zijn. Welke grondstof het beste past, hangt af van de samenstelling van de kuil, het overige ruwvoer en natuurlijk de prijs per eenheid bruikbare energie.

Kijk naar de dynamiek van het totale rantsoen

Met CNCPS kijken we verder dan alleen het totale zetmeelgehalte. Het model houdt ook rekening met de snelheid waarmee zetmeel, vezels en eiwit worden afgebroken en beschikbaar komen voor de koe. Dat is juist bij de maïskuilen van dit jaar interessant. Bij een kuil met weinig zetmeel of een lagere celwandverteerbaarheid kan bijvoorbeeld een sneller beschikbare energiebron als gerst of tarwe beter passen dan extra maïsmeel.

Let ook op de overgang

Verse maïskuil gedraagt zich anders dan maïs die al enkele maanden geconserveerd is. Vooral de zetmeelverteerbaarheid verandert tijdens de bewaring. Maak de overgang van oude naar nieuwe maïs daarom waar mogelijk geleidelijk en volg de koeien goed. Let daarbij op voeropname, melkproductie, gehalten, herkauwactiviteit, mest en voerefficiëntie.

Eerst analyseren, dan rekenen

De maïsoogst van 2026 vraagt om maatwerk. Extra zetmeel kan nodig zijn, maar de beste oplossing verschilt per bedrijf. Door eerst de kuil te analyseren en daarna met CNCPS het volledige rantsoen door te rekenen, kan gerichter worden bepaald of maïsmeel, gerst, tarwe of een combinatie daarvan het beste past.

Wilt u weten wat de nieuwe maïskuil betekent voor uw rantsoen? Bespreek de kuilanalyse met uw proFarm-adviseur en laat de verschillende mogelijkheden doorrekenen.

Lees meer

Het juiste maisras kiezen

De keuze van het juiste maïsras heeft een directe invloed op de voerefficiëntie, diergezondheid en uiteindelijk het rendement op het bedrijf. Het gaat daarbij niet alleen om opbrengst per hectare, maar vooral om hoe de maïs past binnen het rantsoen en het teeltplan.

Lees verder

Het rantsoen in de praktijk beoordelen

Hoe zorgt u ervoor dat het perfect berekende rantsoen daadwerkelijk bijdraagt aan de gezondheid en productiviteit van uw koeien?

Lees verder

Diversiteit in gras- en maïskuilen… wat doen we ermee?

2024 is een bijzonder ruwvoerjaar voor de melkveehouderij. Na een natte winter en een al even vochtig voorjaar kon het gras niet overal de gewenste kwaliteit bereiken.

Lees verder

Aardappelen in het rantsoen? Zo haalt u er het maximum uit

Door het grote aanbod zijn aardappelen dit jaar opvallend goedkoop. Voor veel melkveehouders reden om te overwegen ze in te zetten in het rantsoen.

Lees verder

Stand van zaken en advies maisoogst 2024

Na 20 oktober worden de dagen te kort om de maiskolf verder te laten afrijpen. Hoewel de plant verder uitdroogt, zal de kolf weinig meer doen. Indien u merkt dat de kolf niet verder rijpt, is het verstandig om de mais te hakselen.

Lees verder